Posts tonen met het label eenzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eenzaamheid. Alle posts tonen

vrijdag 14 januari 2011

The last but one

Iedereen kent wel de uitdrukking "De Laatste der Mohikanen". Dit slaat op de laatste persoon die nog ergens in gelooft, of ook wel de laatste overlevende van een stam. Er was op de prairie echter ook een Een-Na-Laatste der Mohikanen, en dat was rond 1870 de indiaan Quacking Duck. Hij werd zo genoemd omdat hij de hele dag eindeloos kwaakte en babbelde. Bijna alle leden van zijn stam waren al uit pure ergernis naar andere stammen vertrokken. Pas toen de enige andere overgebleven indiaan, Slowhand (zo genoemd omdat hij met pijl en boog erg traag was) ook wilde gaan, besefte Quacking Duck dat hij te ver was gegaan en dat hij zijn stamgenoten achterna moest. Hij vertrok dus ook, en zo werd Slowhand de Laatste der Mohikanen.


ik heb altijd praatjes bij de vleet
zit nooit om een woord verlegen
maar naar ik nu pas zie en weet
heeft men er de balen van gekregen

ik zit alleen in een verlaten tent
alleen Slowhand loopt nog rond
zelfs de stoerste kerel, de sterkste vent
vluchtte van onze geboortegrond

door mijn eindeloze gebabbel en gezwets
loop ik gevaar, wie hoort mij straks aan?
als ik nu ook nog die arme Slowhand kwets
dan is het met mij vast gauw gedaan


Countryman Ray

maandag 13 december 2010

Advent Poetry 2: No place to stay

Ik sluit nog even aan bij mijn entry van vrijdag. Als Jozef en Maria werkelijk op de prairie hadden rondgelopen, dan was er WEL plek geweest in de herberg, want de gastvrijheid van de prairiebewoners is haast legendarisch. Geen herbergier had ze buiten laten staan. En ze zouden trouwens ook niet op een ezeltje gereden hebben, maar op een paard.


een lange reis achter de boeg
en overal verkoopt men nee
het is nog tamelijk vroeg
maar er is nowhere to stay

als ze toch eens wisten van haar,
dat ze de moeder is van de Zoon van God
dan maakten ze een mooi gebaar
en schaamden zich tegelijk kapot

nee, die zogenaamde gastvrijheid
in dat zogenaamde heilige land
bezorgt je bepaald geen blijheid
gelukkig is Hij er nu, de ster die altoos brand


Countryman Ray

woensdag 5 mei 2010

Abstract 5: The Tin Can

Net als vorige week ook de komende week weer abstracte westerngedichten. Want ze bestaan! Sinds ik 'The abstract truth about cowdians and inboys' van Dick Bonaventura heb gelezen, is dat duidelijk. Deze week zal ik dus voor jullie nog enkele belangrijke abstracte westerngedichten op de Prairie Creek Chronicle Gazette plaatsen. Vandaag een minimalistisch deel 5: The Tin Can


ik
hier

alleen

in
de

eenzaamheid

een
blikje
met
ruimte

ik
schiet

droom
voorbij


Countryman Ray

vrijdag 19 maart 2010

Prairie Creek revisited

De naam van dit blog is afgeleid van de gazette (krant, zoals het Vlaamse gazet) die verscheen in het plaatsje Prairie Creek, en waarin verhalen werden verteld (vandaar chronicle) over het leven van een kleine gemeenschap in het midden van Arizona. Ten tijde van mijn vakantie aldaar heb ik vergeefs gezocht het plaatsje, want het is in het begin van vorige eeuw vanwege ruilverkaveling opgesplitst en verdwenen. Een oud boertje dat ik daarover aansprak, wist me te vertellen dat de beroende countrylegende Mel 'Honeysuckle' Corell er tot de laatste snik heeft gewoond. Maar ook hij kon het tij niet keren: op een onbarmhartige manier kwam er een einde aan het roemruchte plaatsje.
Op de locatie waar het ooit geweest was, staan nu vakantiehuizen op terpen, met generatoren voor de airconditioning die altijd te horen zijn. Ik beeldde me in hoe het geweest was en schreef het volgende gedicht over die verbeelding.


De klapperende deuren van de verlaten
saloon klinken tot ver achter in de lange
straat waar tumbleweeds en schorpioenen
schichtig en schielijk over de stoffige
straten scheren

Het uithangbord van de barbier scharniert
voor de helft en piepzingt alsof het metaal
ieder moment van ouderdom ten val komt
en de lege emmer die eronder staat
voor het eerst sinds lang in beweging brengt

Wat je hoort klinkt hier schurend en knarsend
oud en versleten

Zou het niet waaien, dan was zelfs de eenzaamheid
hier tot stilstand gekomen


Countryman Ray

woensdag 18 november 2009

Lost in the canyon

Vele karavanen met kolonisten gingen in de 19e eeuw westwaarts, over de prairie, door de bergen, op zoek naar een nieuw thuis. Meestal hadden ze te maken met ontberingen, soms met indianen, en in zeldzame gevallen ging het nog erger mis. Daarover gaat dit gedicht.


veertien wagens, mensenvol, gaan traag
door een gebergte zonder eind
ze zijn verdwaald en koud en bang
als het laatste licht verdwijnt

de canyon is lang en nogal diep
keren lukt niet, ze gaan voort
dit is de verloren colonne
waarvan niets meer werd gehoord

geen indianen zijn dit keer de schuld
de scout heeft zijn taak niet goed vervuld


Countryman Ray

woensdag 30 september 2009

Where are you?

Sinds afgelopen weekend spoken er constant twee woorden door mijn hoofd: Blonde en Lente. Ze heeft meer indruk gemaakt dan ik dacht! Ik hoor nog steeds haar zingende stem, met die licht Brabantse tongval. Waarom heb ik niet om haar telefoonnummer of haar e-mailadres gevraagd? Hopelijk kan ik dat nog achterhalen via de organisatie die de westernavond heeft georganiseerd. Blonde Lente, Blonde Lente. Ik moet je spreken, Blonde Lente! Als je dit leest, hier op mijn weblog, mail me! Waar kan het volgende gedicht anders over gaan dan over mijn gevoelens?


onrust in de benen
gedachten gaan van hot naar her
hoe kan ik je bereiken?
waar staat je tipi, welke rooksignalen
moet ik geven?

een naam in mijn hoofd die er
altijd lijkt te zijn geweest
Blonde Lente
de woorden zoemen om me heen

ik kan niet meer zonder je
ik ben een verliefde Countryman
nooit was de prairie zo eenzaam

Blonde Lente, waar staat je tipi?
Blonde Lente, waar ben je?


Countryman Ray